Categorieën
Algemeen

De mol

Even snel, want ik moet natuurlijk geen week meer wachten. Voor ’t eerst in twintig jaar of zo ben ik De mol nog ’ns aan ’t volgen.

Zodus: Lennart staat al sinds aflevering twee of drie van dit seizoen helemaal bovenaan m’n lijstje potentiële mollen. Blijft tot aan z’n beruchte actie in de zesde aflevering best wel op de achtergrond, en bracht ook daarvoor gewoon weinig geld in ’t laatje.

Afijn, weet ik veel. (Mijn nummers twee en drie zitten er ook nog gewoon in, helaas.)

Categorieën
Algemeen

IndieWeb, deel zoveel

Niet iedereen is altíjd even enthousiast over all things IndieWeb, en dat is prima. Context: via Franks nieuwsbrief – die ik lekker in mijn feedreader lees – ben ik op een kritisch stuk van Daniel Gold gestoten, en een van Stephen Downes.

Beiden hebben die misschien niet volledig, maar in belangrijke mate gelijk.

Hoewel fan van de meeste ideeën achter de beweging beschouw ik mezelf nog steeds vooral als toeschouwer. Dat wil zeggen, ik wil niet liever dan dat mijn sites (deels) IndieWeb-compatibel zijn, maar ik blijf van al te filosofische discussies nog even weg.

Kijk, het IndieWeb is er vooralsnog voor en door techneuten. Al weet ik, de situatie beerput op populaire sociale media in gedachten, niet zeker of ik dat nu echt zo verschrikkelijk vind. Maar ook op softwaregebied is er niet heel veel diversiteit.

Meer nog, om het allemaal een beetje behapbaar te houden, wordt er wel érg vaak teruggevallen op externe services. Ik denk aan IndieAuth.com, Brid.gy, of Webmention.io. Of Netlify. Of (de gehoste versie van) Aperture.

Terzijde: ooit lag IndieAuth.com, dat ik destijds in combinatie met – verontschuldiging voor zoveel techniciteiten – RelMeAuth gebruikte, eruit en kon ik mezelf (lees: mijn Micropub-app) een uur of twee lang niet bij mijn eigen site aanmelden. Die dag heb ik dan ook IndieAuth voor WordPress geactiveerd.

Afijn, lang verhaal kort: je eigen domein ownen is een ding, je eigen platform iets anders. (Let wel: het beheren van je eigen fysieke server en zo hoeft evenmin, hé. Laat dat maar aan specialisten.)

Ook het zogenaamde strikte scheiden van contenttypes wordt niet altijd even goed begrepen. CMS’en en plugins onderhouden vaak zulke scheidslijntjes, met aparte archieven voor bookmarks, replies en dies meer, terwijl de spec zélf daarover net erg open is:

Post Type Discovery specifies algorithms for determining the type of a post by what properties it has, [which] helps avoid the need for explicit post types that are being abandoned by modern post creation UIs.

Op mijn eigen sites houd ik het bewust wat vager (en kies ik dus niet voor WordPress’ Post Kinds-plugin, maar voor een eigen implementatie op basis van custom berichttypes): er zijn langere berichten met titel, en kortere zonder. Beide kunnen bookmarks zijn, of replies, noem maar op.

Waarmee ik nog steeds niet zoveel heb gezegd, natuurlijk. Laat ik maar ’ns afsluiten met een link naar de belangrijkste IndieWeb-principes. En er ineens enkele uitlichten, want niet iedereen lijkt even op de hoogte:

  • Maak wat jíj nodig hebt. (Da’s juist. Je hoeft helemaal niet all-in te gaan.)
  • Pluraliteit: meerdere wegen leiden naar Rome, en da’s een goeie zaak.
  • Have fun!

Categorieën
Algemeen

Die Jonny, die viel erg mee

Alles in Hi My Name Is Jonny Polonsky is mislukt, aldus Knack Focus. Maar is dat zo?

Ik heb Otto-Jan Hams eerste film, een soort docu van een uurtje over hoe hij singer-songwriter Jonny Polonsky met het oog op enkele kleinere shows naar België weet te halen, in twee keer gezien.

De eerste tien minuten vond ik meteen interessant. Die Otto-Jan heeft zowaar een muziekkot waar-ie in z’n vrije tijd, of zo lijkt het toch, op zo’n tiental gitaren zomaar wat aanrommelt! (Polonsky, leren we, die had ooit alles om het te maken, maar, welja.)

Anyhow, de dag erop zie ik hoe die vent in Brussel landt, nogal last van een jetlag heeft, liever niet meteen de toerist wil uithangen en evenmin een spraakwaterval blijkt. Iemand, met andere woorden, die meteen mijn sympathie geniet!

Otto-Jan, dan, die vraagt z’n idool wel héél vaak om bevestiging. Maakt stiekem t-shirts, maar komt daar pas de laatste dag mee aanzetten: ‘Ik was bang dat je ’t maar niks zou vinden.’ (Wat zijn we, vijftien?) Durft het eigenlijk niet vragen, maar regelt niettemin voor zichzelf een plekje in de gelegenheidsband die Jonny zal begeleiden. Is vervolgens nog nerveuzer dan-ie al was.

Afijn, samengevat: Jonny, die viel best mee. Komt uit New York, was een tikje brutaal. (Was het een droom die eindelijk uitkomt, die twee weken, met glitters en regenbogen? [Wat had je gedacht?])

Categorieën
Algemeen

Nieuw op Twitter, bis

Kijk. Ik ben nog maar eens ’n nieuw Twitter-account begonnen.

Het zit namelijk zo: ik ben op dit blog recent overgeschakeld naar een ‘kale’ WordPress-installatie, en zou nu graag enkele IndieWeb-gerelateerde plugins (door)ontwikkelen en delen. (De manier waarop ik voordien WordPress gebruikte, is weinig representatief voor de meeste installaties out there, zie je. Aan de nieuwe aanpak hebben anderen mogelijk wél iets.)

En voor heel wat mensen speelt online interactie zich grotendeels op Twitter af. ‘Dít is onze thuis’, las ik er ooit, toen ik, wederom het IndieWeb indachtig, iemand vroeg waarom-ie niet vaker op z’n blog schreef (en wat minder in Twitter-draadjes).

Kijk, ik heb al een plugin waarmee ik zogenaamde notes op Mastodon deel. En een tijdje heb ik ook de Mastodon Twitter Crossposter gebruikt, om die berichten ook op Twitter te doen verschijnen. Daarvóór gebruikte ik de Publicize-module van Jetpack. Beide werken behoorlijk, ook in combinatie met Bridgy.

Maar goed, ik heb graag wat1 meer2 controle3, en omdat ik al die Mastodon-plugin schreef en een afgeleide daarvan voor Pixelfed, leek het me niet zo gek nog even een Twitter-versie ineen te steken.

Overigens ben ik enkele weken geleden al wat volk weer gaan volgen. Niet op Twitter zelf, maar via Nitter. Da’s een alternatieve frontend, zeg maar, zonder JavaScript en trackingtoestanden, maar mét RSS-feeds. Superhandig, dus, voor wie sowieso meerdere blogfeeds volgt. (Jammer, ook, voor lui die vooral met volgersaantallen bezig zijn.)

  1. Het lijkt erop dat je ook Publicize-berichten programmatorisch kunt customizen, dus misschien is dat genoeg?
  2. Wat Jetpack echter niet doet, is WordPress over de resulterende Twitter-URL inlichten, de zogenaamde syndication URL.
  3. Blijft wel jammer dat je met WordPress.com moet connecten, al ligt dat ook aan Twitter.
Categorieën
Algemeen

Veiligheid (en privacy) op het IndieWeb

Als antwoord op https://diggingthedigital.com/leveraging-indieweb-to-avoid-storing-others-data/.

Ja, sluit netjes aan bij Sebastiaan die eerder z’n eigen site ‘wist te hacken’, en Jan-Lukas die liever zomaar geen content van ’n ander insluit.

***

Ikzelf heb avatars weleens lokaal gecachet, maar dan na een minimum aan veiligheidschecks. (En hield daarbij geen rekening met het feit dat je – en Aaron Parecki doet dat ook – aan zowat elk bericht een andere avatar zou kunnen hangen.)

Of dat legaal is? Ik vrees ervoor, zo zonder expliciete toestemming. Nu, dat is voor webmentions ook zo. Tenzij het sturen daarvan niet alleen ‘Kijk, ik heb wat naar (of over) je geschreven’ wil zeggen, maar ook ‘Toon gerust op je site’. (Terzijde: hoe zit dat met CDN’s en zo? Ik bedoel, er wordt online nogal wat afgecachet.)

Bovendien: wie zijn avatar in een h-card afficheert, zegt daarmee bijna ‘gebruik gerust deze afbeelding’ (en bijvoorbeeld geen andere) wanneer je naar me linkt. (Wat niet wil zeggen dat ik het fijn zou vinden mocht m’n foto plots op elke pagina van, ik zeg maar wat, een of ander haatforum verschijnen.)

‘Silo-replies’ – van Bridgy, bijvoorbeeld – overnemen is sowieso not done, cf. puntjes twee en drie in Sebastian Gregers zeer degelijke betoog daarover. Al kun je je ook hier weer de vraag stellen of een linkje en eventueel kort fragmentje, genre pingback, écht niet kan. Wikipedia staat vol zulke referenties. De IndieWeb-wiki ook. En, euh, de rest van het web.

Een op JavaScript gebaseerde oplossing maakt inderdaad dat je niks hoeft op te slaan, en ingesloten inhoud dus vanzelf weer verdwijnt zodra het origineel wordt verwijderd. De officiële embedcode van een Twitter of Instagram werkt ook zo. (Het grote nadeel daarvan is dan weer dat je ook hun scripts op je site moet draaien.)

En e-mail dan, en ActivityPub? Daar wordt per definitie je hele visitekaartje de halve wereld rond gestuurd, of niet? (Het antwoord laten we als oefening aan de lezer.)