Berichten met trefwoord ‘geekiness’

Klaar voor de blog-revival

Dat we met z’n allen minder naar een Twitter-client moeten staren, en meer bloggen—u weet wel, in volzinnen en zo! Dat Chris Shiflett dat ook vindt. En hij niet alleen is in het land der vooraanstaande web developers.

Dat dat, zoals dhr. McLellan zegt, niet het einde van Twitter hoeft te betekenen:

There’s room for both — for quick headline thoughts and for more reasoned posts.

Wel, dat vind ik ook.

En omdat meer schrijven alleen kan als je ook voldoende op de hoogte blijft, en andermans geschriften de beste bron van inspiratie zijn, ben ik zowaar mijn voorheen lege Google Reader gaan gebruiken.

En ik denk aan dit alles omdat ik dankzij diezelfde Google Reader zonet lees dat, out of all begeerlijke twitteraars, Boskabout himself officieel een Twitter-pauze inlast. De revolutie is begonnen.

Windows 7, naast Ubuntu

Gisteren was weer zo’n woensdag. Hoog tijd, meende ik, tijd voor een algehele cleanup.

En dus de net gebrande—en gans legale—Windows-schijf erin, en enkele muisklikken en een half uurtje later was mijn computer opnieuw helemaal netjes.

Omdat ik niet snel tevreden ben, ook maar die Ubuntu-schijf die ik nog liggen had erin. Een partitie gekozen, de bestaande Windows-installatie enigszins verkleind, en enkele muisklikken en een half uurtje later was mijn dual-boot-systeem bijna helemaal in orde.

Bleek Ubuntu 10.10 (de versie die ik liggen had) nog steeds een beetje hulp nodig te hebben om met m’n crappy draadloze netwerkadapter aan de slag te kunnen. De oplossing was snel gevonden.

Nu kan ik veilig surfen, mailen, programmeren and what not onder Linux, en mijn kakelverse Windows-installatie geheel en al voorbehouden voor audiotoepassingen. Dat laatste zou dezer dagen ook gewoon onder Linux moeten kunnen, maar die stap (i.e. m’n Line 6 Pod Studio UX1—I know—en E-MU 0404 aan de praat krijgen, en met iets als Ardour leren werken) wil ik liever nog niet meteen zetten.

Een andere mogelijk toekomstig experiment is VirtualBox, maar ook dat zien we nog wel.

Unobtrusive JavaScript, kent u dat?

Dat het verdomd gemakkelijk is een CMS te gebruiken en met een enkele klik een resem bijhorende plugins te installeren. Dat dat, ondanks het feit dat nu JavaScript-libraries gemeengoed zijn het schrijven van nette scriptjes quasi kinderspel is, resulteert in onfraaie markup en toegankelijkheidsproblemen all over the place.

Since most of the time the widgets won’t work without JavaScript, you could simply use JavaScript to insert the markup. If JavaScript is off, there won’t be any “dead” links or buttons left to confuse users.

Zo simpel is dat, legt Roger Johansson uit. Of het moest zonder JavaScript ook gewoon kunnen, natuurlijk. Wat voor social bookmarking widgets mijns inziens absoluut het geval is, trouwens, mits je ermee kan leven dat bezoekers naar een externe site worden geleid. Scripten voeg je daarna pas toe, om het bookmarken in de achtergrond te laten plaatsvinden voor zij die JavaScript hebben ingeschakeld.

Terwijl er boeken worden geschreven, dik als de bijbel, over nog uit te komen WordPress-versies, HTML5, CSS3 en JavaScript-bibliotheken als jQuery, lijken nog steeds zovele zaken rechtstreeks afkomstig uit het table-tijdperk.

Niks mis met ‘gewoon’ het web

Uit Ethan Marcotte’s ondertussen ‘n jaar oude en veelbesproken Responsive Web Design:

We can quarantine the mobile experience on separate subdomains, spaces distinct and separate from “the non-iPhone website.” But what’s next? An iPad website? An N90 website? Can we really continue to commit to supporting each new user agent with its own bespoke experience? At some point, this starts to feel like a zero sum game.

Het lijkt effectief nogal dom om voor elk platform en elke webbrowser een eigen site te gaan aanbieden. De tijd dat splash-pagina’s met daarop ‘geoptimaliseerd voor Internet Explorer 5.5 en hoger’ of soortgelijke boodschappen het web beheersten, is immers lang voorbij. Webstandaarden zijn gemeengoed geworden. Het web hoort toegankelijk te zijn, of je ‘t nu mobiel betreedt, met behulp van een Mac, vanop je tv, met Internet Explorer, of met Firefox.

En toch zijn, bijvoorbeeld, ‘mobiele’ krantenwebsites vaak niet meer dan enkele links naar de meest recente artikels. Zodat het wel weer uitmaakt waarmee je surft. Terwijl ook moderne mobiele browsers zonder problemen met de nieuwste webtechnologieën overweg kunnen. Bovendien zijn, met name dankzij bovenvermeld artikel, voldoende technieken bekend voor het optimaal weergeven van rijke, volledige webpagina’s, voor alle mogelijke schermgroottes.

Het lijkt erop dat wie ook onderweg graag een en ander grondig naleest, zich nog het best wendt tot de ondertussen zo populaire maar nog veel minder platform-onafhankelijke apps. Hetgeen op z’n zachtst gezegd bizar is, want als men gemakshalve even aanneemt dat een krant of tv-zender zijn nieuws aan een bij voorkeur zo groot mogelijk publiek wil slijten, is dan het steeds toegankelijker wordende web niet dé voor de hand liggende keuze?

Ik vermoed dat de beperkingen—zo die er al zijn—van het (mobiele) web, ernstig worden overschat. We beschikken anno 2011 over HTML-video en CSS-animaties, verdorie! Dat alleen moet voldoende zijn om te durven stellen dat wanneer een iPhone-app meer succes heeft dan de (al dan niet mobiele) website die ertegenover staat, dat zo is omdat die site eenvoudigweg niet alles uit de kast haalt.

3D printing, nú

Héél even nog, en 3D-printen is helemaal in, zo las ik net. En terecht. Even verduidelijken: 3D-printen (het ‘afdrukken’ van een digitaal model, bijna zoals een gewone inkjet printer dat doet, maar dan in meerdere lagen) is een rapid prototyping techniek. Er bestaan overigens wel meer zo’n technieken, die in de industrie vaak al veelvuldig worden toegepast.

Rapid prototyping is vooral voor erg kleine reeksen interessant, want echt goedkoop is het meestal niet. Maar in het geval van een eerste prototype, wanneer het ontwerp nog in de kinderschoenen staat, zouden de ontwikkelkosten voor bijvoorbeeld een spuitgietmal nog veel hoger oplopen. Daarenboven wordt er met rapid prototyping veel tijd gewonnen. Ook voor medische en tandheelkundige toepassingen (waar men vaak slechts één, volledig aan de patiënt aangepast product wil bekomen) worden deze technieken steeds interessanter.

Voor bepaalde, voldoende kleine toepassingen, lijkt nú al het tijdstip aangebroken waarop we zelf aan de slag kunnen. Even geleden al berichtte Leven in Leuven over de mogelijkheid om je 3D-modellen te laten afdrukken. Wil je helemaal zélf aan de slag, dan zijn er onder andere de MakerBot kits, die bovendien best betaalbaar blijken. Het leuke aan die laatste is dat heel wat onderdelen ervan op de machientjes zelf worden aangemaakt, bijvoorbeeld door hen die er eerder eentje kochten.

Nog net een stapje verder, ten slotte, gaat het RepRap Project. De initiatiefnemers daarvan ontwikkelen straks, als het even kan, een machine die in staat is om zichzelf ‘voort te planten’. Bedoeling wordt dat die onder andere ook z’n eigen printplaten gaat ‘afdrukken’. Het leuke hier is dat het om een open design gaat: alle tekeningen zijn voor iedereen beschikbaar, en dit onder de GPL-licentie.